Zoeken in deze blog

zondag 8 april 2012

Gelukkig in....

Zoetermeer vierde een aantal jaren geleden haar 1000 jarig bestaan, een jaar vol vrolijke promotieactiviteiten. Ik herinner mij vooral het middeleeuws festival waarbij het hele stadsbestuur verkleed tussen de mandenvlechters en koperslagers over het marktplein liep, een beetje alsof we even in het Archeon waren.

Ons stadsbestuur heeft genoeg fantasie want dit jaar vieren we dat we 50 jaar bestaan ;-)50 jaar groeistad, in de bloei van ons leven. Het sprak mij wel aan, ik vierde mijn eigen 50e verjaardag iets meer dan een jaar geleden en toen ik de oproep las om een verhaal voor het boek 'Zoetermeer 50 jaar groeistad' te schrijven, dacht ik 'ja, dat lijkt mij leuk.' Volgende week maandag wordt het boekje gepresenteerd in de bibliotheek en omdat ik ook over school schrijf, is hier alvast het begin van mijn verhaal.

‘Merdeka’ stond er op de muur geschreven. Na een verblijf van vijf jaar in Indonesie klonk dat bekend. Terwijl we het behang aan het afstomen waren kwam het woord tevoorschijn. ‘Vrijheid’ betekent het. Zou Zoetermeer ons vrijheid brengen? We waren net terug in Nederland en hadden een huis gehuurd in de John Fordstrook. Vroeger gingen Indiegangers naar Den Haag. Wij als geboren plattelanders en net terug uit een modern huis met een enorme tuin in een tropisch bergdorp kozen voor de ruimte en het groen van Zoetermeer. Spannend vond ik het wel. In Indonesie had ik als moeder van twee kleine kindjes alle ruimte om te gaan en staan waar ik wilde. We werden omringd door de goede zorgen van een hulp, een kindermeisje, een tuinman, en een chauffeur. Ons ontbijt stond al klaar als we ’s ochtends uit bed kwamen. We leefden als prinsen en prinsessen al die jaren in de tropen. Nu zou ik mijzelf moeten redden. Vrijheid was dan ook niet het eerste waar ik aan dacht bij het gaan wonen in Zoetermeer.

In Lembang, ons dorp in Indonesie woonden we op een compound. Zeven huizen rond een groot grasveld en een tennisbaan. Wij waren de enige bewoners met kinderen. Dat was eigenlijk te stil voor mij. Wat was ik blij om te ontdekken dat in de John Fordstrook in bijna alle huizen gezinnen met kinderen woonden. Er waren genoeg moeders zoals ik die graag wilden delen wat hen bezig hield. Onze dochter zou over een paar maanden vier worden, naar welke school zouden we haar laten gaan. Vriendelijke buurvrouwen namen de tijd voor een praatje, een advies. Wat was ik er blij mee.

In een oude schuur naast restaurant ‘De Sniep’ vonden we peuterspeelzaal ‘De Grobbebol’. Ik werd lid van de oudercommissie en genoot van het maken van ‘de schoolkrant’. Pas geleden kwam de Grobbebol, die nu al lang niet meer bestaat, nog ter sprake. In de sportschool sprak een mevrouw mij aan. ‘Jouw gezicht komt mij zo bekend voor, ken ik je soms uit de kinderopvang?’ vroeg ze. Het bleek een van de juffen van de Grobbebol te zijn, van twintig jaar geleden.....

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen